logo indianen website

Indianen



De Ontdekking

Eerste mensen in Amerika

De eerste mensen trekken Amerika binnen over de Beringstraat. De Beringstraat is het stuk zee dat Alaska en Siberië van elkaar scheidt. Gedurende de ijstijd valt deze zeestraat droog en zijn mensen in staat vanuit Azië Amerika binnen te trekken. Zij bevolken in relatief korte tijd het hele continent. In het jaar duizend komen de Noormannen via Groenland in Amerika. Zij noemen de Indianen skraelings. De contacten tussen de Noormannen en de Indianen verlopen slecht en de Noormannen verdwijnen weer uit Amerika. Vijfhonderd jaar later, in 1492, ontdekt Columbus Amerika.

Columbus ontdekt Amerika

Columbus wil er achter komen of er een andere weg naar India mogelijk is dan de bestaande, vol gevaren, langs Kaap de Goede Hoop bij Afrika.
In Europa weten mensen al heel lang dat de aarde rond is. De Griek Eratosthenes heeft dit in de oudheid bewezen.
Columbus trekt daaruit de conclusie dat het niet alleen mogelijk moet zijn via het oosten maar ook via het westen naar India te gaan. Als hij in Amerika aankomt na een lange reis, denkt bij India gevonden te hebben. De mensen die in Amerika wonen geeft hij daarom de naam Indianen. Dat is zo gebleven, ook als men doorkrijgt dat Columbus niet in India is aangekomen, maar in een tot dan toe in Europa onbekend continent. Omdat Amerika voor de Europeanen een onbekend stuk van de wereld is, wordt Amerika ook wel de Nieuwe Wereld genoemd.

Oorlog Europese landen

Na de ontdekking van Amerika raken diverse Europese staten in oorlog met elkaar over de macht in Amerika. De strijd gaat vooral tussen Engelsen, Spanjaarden, Portugezen, Fransen en Nederlanders. Dit waren in de periode van de verovering van Amerika de machtigste landen van de wereld.

De Europese staten en de Indianen

Columbus bezet in dienst van de koning van Spanje op zijn tweede reis naar de West, Hispaniola, het tegenwoordige Haïti en de Dominicaanse Republiek. Vanuit hier trekken de Spanjaarden naar Mexico en Peru.

Mexico was de uitvalsbasis naar Noord-Amerika: Florida, Nieuw-Mexico en Californi. In 1540 bereikt Coronado de Pueblo-Indianen in Nieuw Mexico.
In 1535 onderzoekt Jacques Cartier in opdracht van Frankrijk de rivier St. Lawrence in het noordoosten van het huidige Canada. Hij vaart de rivier af tot aan Montreal. Vanaf 1550 storten de Fransen zich op de bonthandel in dit gebied.
De Engelsen vestigen zich permanent in het oosten van Noord-Amerika met de oprichting van Jamestown in 1607.

Daarna volgen nog Plymouth in 1620 en Charleston in 1669. Relatief laat wordt de noordwestkust van Noord-Amerika bezocht door James Cook in 1778. Van alle kanten vallen Europese volken Amerika binnen.
In eerste instantie is de ontmoeting van Indianen en Europeanen voor beide partijen gunstig. De Europeanen leren allerlei nieuwe gewassen kennen, de Indianen maken dankzij de komst van de Europeanen kennis met het paard, geweren en metaal. Deze zaken maken het leven voor velen makkelijker, vooral voor die Indiaanse volken die van de jacht leven.

Spanjaarden op zoek naar goud

Na de komst van Columbus in 1492 volgen steeds meer Spaanse ontdekkingsreizigers en gelukzoekers. Een belangrijke motivatie voor de trek naar Amerika is het verlangen van de Spanjaarden naar goud. Steeds als de Spanjaarden ergens voet aan wal zetten, vragen zij om goud.
Als er geen goud meer te vinden is, proberen zij erachter te komen of een volk verderop goud heeft. De Indianen vertellen verhaaltjes over steden met straten geplaveid met stenen van goud. Zo komt het verhaal in de wereld over de zeven steden van Cibola. Er wordt beweerd dat ze helemaal van goud zijn. De Spanjaarden trekken steeds verder naar het noorden. In 1540 bereikt Coronado het zuidwesten van Noord-Amerika, de plaats waar nu de staten Nieuw-Mexico en Texas liggen. Coronado vindt geen steden met muren en straten van zuiver goud.

Hij ontmoet de Indianen die in pueblo's wonen. Pueblo is het Spaanse woord voor dorp. En hij ontdekt in Texas Indianen die onafzienbare kuddes bizons achterna trekken en die leven in tenten. Dezelfde tenten maar dan kleiner die de latere Prairie-Indianen ook bewonen. Die tenten worden naar een woord uit Lakota, de taal van de Sioux, tipi genoemd.

Spaanse plantages

Omdat de Spanjaarden geen goud vinden ten noorden van Mexico stichten zij hier plantages. De naam voor deze plantages is encomiendas genoemd.
De Indianen in Californi vestigen zich massaal op deze plantages die beheerd worden door de katholieke missie.
Zij worden helemaal afhankelijk van de voorzieningen die hier aanwezig zijn. In de jaren dertig van de negentiende eeuw heffen de Spanjaarden deze missieplantages op en blijven de Indianen hulpeloos achter. Velen komen zo om het leven. Beter gaat het met de Indianen in het zuidwesten.
In 1680 komen zij in opstand tegen de Spanjaarden. Zij verdrijven de Spanjaarden die echter in 1700 terugkomen.
Velen vluchten naar de Hopi, Apache of Navaho. Deze volken blijven onafhankelijk van het Spaanse bestuur.

Franse bonthandel

De Fransen richten zich op de bonthandel. De Indianen leveren het bont en de Fransen geven hen daarvoor metalen voorwerpen, kralen en vuurwapens. Beide partijen ruilen zaken die voor hen niet veel waarde hebben voor produkten waar zij op een andere manier niet aan kunnen komen. Maar de Fransen verdienen er het meeste aan.
De Fransen ontwikkelen een handelssysteem met vertegenwoordigers die in de dorpen van de Indianen in het binnenland wonen. Deze vertegenwoordigers worden voyageurs genoemd. Zij zorgen voor het vervoer van het bont over de grote meren naar de haven van St. Lawrence en voor de toevoer van goederen voor de Indianen. De meeste voyageurs trouwen met Indiaanse vrouwen. De Fransen bemoeien zich vrijwel niet met de levenswijze van de Indianen. Ook is hun doel niet zoals bij Nederlanders en Engelsen om grote groepen kolonisten naar Amerika te verplaatsen.

De tabaksplantages

In de gebieden die door de Engelsen worden gekoloniseerd is geen goud en zij leveren weinig bont op. In plaats daarvan groeit er tabak. Een gewas dat in Europa tot op dat moment onbekend is. Eerst is het gebruik van tabak een modeverschijnsel. Maar de mode verandert in een gewoonte. Al gauw ontstaat er in Europa een blijvende vraag naar tabak. Handelsmaatschappijen stichten plantages. Migranten krijgen land aangeboden in ruil voor een vastgestelde periode die zij als contractarbeider op de tabaksplantages moeten werken. Voor de armen van Europa lijkt de Nieuwe Wereld een mogelijkheid te ontsnappen aan een uitzichtloos bestaan. Het werk op de plantages is hard, een derde tot de helft van de contractarbeiders sterft m de eerste maanden na hun aankomst in Amerika. Al snel vluchten contractarbeiders, zodra zij de kans krijgen, van de plantages en trekken de wildernis in. Indianen die als slaven op de tabaksplantages te werk worden gesteld, sterven aan ziektes of doden zichzelf en hun kinderen.
Indianen blijken in Noord-Amerika net zo ongeschikt voor slavenarbeid als in Midden- en Zuid-Amerika.

De eerste engelse nederzetting

In 1607 stichten de Engelsen Jamestown in de huidige staat Virginia. Dit is de eerste Engelse nederzetting in Amerika. In het begin bestaat de Engelse kolonie uit een kleine groep mensen. De Indiaanse leider Powhattan zou hen in die eerste jaren makkelijk terug de zee in kunnen drijven. Hij doet dit niet, maar begint pas een oorlog als het te laat is. Zijn zoon probeert het nog in 1644 als hij meer dan negentig jaar oud is. Hij wordt gevangengenomen en zonder reden neergeschoten door zijn bewaker. Als hij halfdood op de grond ligt met om hem heen het geroezemoes van de Engelsen kijkt hij de gouverneur aan en zegt: Had ik het geluk gehad de gouverneur van de Engelsen gevangen te nemen dan had ik hem niet zo, als een pronkstuk, voor mijn mensen tentoongesteld.

Verplettering Pequot-indianen

In het noorden worden de Pequot-Indianen verpletterd tussen de Nederlanders die vanaf de Hudson naar het oosten trekken en de Engelsen die vanuit de staat Massachusetts naar het westen trekken. Bij de expeditie worden zeshonderd Pequot op een dag gedood. Zo zijn er diverse opstanden gedurende de eerste paar honderd jaar van de kolonisatie. Allemaal blijken ze uiteindelijk vruchteloos.

De Verenigde Staten van Noord-Amerika en de Indianen

Nadat de Amerikaanse kolonisten zich in 1776 onafhankelijk verklaren van het moederland, verliezen de Indianen de bescherming van Engeland. Een van de redenen voor de opstand is de onvrede van de kolonisten met de gewoonte van Engeland om de Indiaanse volken als onafhankelijke naties te beschouwen. Na de onafhankelijkheid streven de Verenigde Staten van Noord-Amerika naar landuitbreiding. Indiaanse volken die de kant van de Engelsen hebben gekozen, moeten hun land afstaan. Daarnaast nemen de Amerikanen de Indianen land af door verdragen niet ze te sluiten.

Verwijderen van de Indianen

De Verenigde Staten van Noord-Amerika streven er naar om het gehele gebied vrij te maken van Indianen. Een van de meest schrijnende maar ook typerende voorbeelden is het verhaal van de Cherokee. Tijdens 'de Amerikaanse bevrijdingsoorlog vechten de Cherokee aan de kant van de Engelsen. Zij vechten door tot 1794. Na de vrede doen de Cherokee er alles aan om die vrede te bewaren. Zij worden christen en geven toe aan elke eis om meer land af te staan. Toch komt de Amerikaanse president, Andrew Jackson, in 1828 tot een wet die alle Indianen in het oosten moet verplaatsen naar het gebied ten westen van de rivier de Mississippi, de 'Indian Removal Act.' De Cherokee doen van alles om de deportatie te voorkomen. Maar uiteindelijk, in 1838, worden de Cherokee door het Amerikaanse leger van hun land in Georgia verdreven.

De tocht der tranen ("Trail of Tears")

Van de veertienduizend komen er vierduizend om het leven in wat door de Cherokee 'de Tocht der Tranen' wordt genoemd. Een aantal Cherokee weet te ontkomen aan de soldaten. Zij keren terug naar hun land. Zij verstoppen zich in de bergen en krijgen uiteindelijk een reservaat toegewezen waar ze nog altijd wonen.

Het verhaal van de Cherokee is het verhaal van alle Indiaanse volken ten oosten van de Mississippi. Vrijwel allemaal worden zij gedeporteerd. Zij komen terecht in een voor hen volledig onbekende omgeving waar zij slechts met veel moeite weten te overleven. Uiteindelijk wordt het nieuwe land in het westen van de Cherokee-natie opgedeeld in stukjes die worden verdeeld onder de families. Het land dat overblijft, wordt weggegeven aan Amerikaanse kolonisten.

De prairie

Ten westen van de Mississippi liggen de uitgestrekte grasvlakten. Onder de naam Louisiana is dit gebied in handen van Frankrijk. De Franse voyageurs zijn de enige Europeanen die in dit gebied opereren. De stammen op de prairie zijn in constante concurrentie met elkaar om de toegang tot deze handelaren. Iedereen wil de felbegeerde Europese goederen voor zich alleen. Als handelaren erop betrapt worden dat zij naar een buurvolk gaan met hun spullen, dreigt beroving of anders doen de Indianen er alles aan om ze tegen te houden. In 1803 kopen de Verenigde Staten van Noord-Amerika Louisiana van Frankrijk. In 1805 krijgen Lewis en Clark van de Amerikaanse president de opdracht om deze gebieden in kaart te brengen. Tot 1845 blijven de gevolgen voor de Indianen beperkt. In dat jaar echter wordt Californië een deel van de Verenigde Staten van Noord- Amerika. De meeste kolonisten zien de prairie als een woestenij waar niets te beginnen valt. Californië zien velen als het beloofde land.

Het klimaat is mild en er wordt goud gevonden. De Indianen in Californië bieden daarnaast vrijwel geen verzet tegen de kolonisten. Bijna alle Indiaanse volken in Californië zijn in de loop van enige tientallen jaren uitgestorven.

Onvoorstelbare hoeveelheden kolonisten trekken in de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig van de 19e eeuw door de prairie . Deze trektocht naar het westen is het begin van een lange en bloedige oorlog tussen verschillende Indiaanse volken op de prairie en de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Beide partijen hebben wisselend succes, maar op het eind winnen de Verenigde Staten. Waarschijnlijk als gevolg van verschillende oorzaken.

Overwinning op Generaal Custer

Generaal Custer

In 1868 winnen de Sioux samen met de Arapaho en de Cheyenne, onder leiding van de Oglala Rode Wolk, de oorlog tegen de Verenigde Staten die in 1865 begonnen is. De Sioux krijgen in bijna alles hun zin. Dit verdrag staat bekend als het verdrag van fort Laramie. In de jaren zeventig van de vorige eeuw trekken goudzoekers het gebied van de Sioux in. Om de conflicten tussen goudzoekers en Indianen tot een eind te brengen, stuurt de regering generaal Custer. In 1876 worden al zijn mannen door de Sioux, Arapaho en Cheyenne verslagen. Geen van de soldaten of Indiaanse verkenners van het regiment overleeft de slag. Deze slag bij de 'Little Big Horn' (de kleine grote rivier) is het laatste echte wapenfeit van de Amerikaanse Indianen. De Indiaanse leiders vluchten naar Canada (Zittende Stier) of worden vermoord (Gek Paard).


Oorzaak uiteindelijke overwinning Verenigde Staten

Een van de belangrijkste oorzaken voor de winst van de Verenigde Staten is dat de bizon, het dier dat de Indianen van voedsel voorziet, rond 1880 bijna is uitgestorven. De bizon sterft uit door een combinatie van factoren. Bij het aanleggen van spoorlijnen van het oosten van Amerika naar het westen, schieten werknemers van de spoorwegmaatschappijen duizenden bizons dood, Als de spoorlijnen er eenmaal liggen, schieten de passagiers vanuit de trein op de bizons. Daarnaast schieten jagers bizons dood voor hun huid of voor hun tong. De tong van de bizon wordt door velen als een lekkernij gezien. Aan de jacht op bizons voor hun huid en tong doen ook Indianen mee. Zo kunnen zij door ruilhandel aan Europese goederen komen.

Een andere reden voor de ondergang van de Indianen van de vlakte is dat de Verenigde Staten steeds voor nieuwe soldaten kunnen zorgen. Maar de kosten van de oorlog lopen erg hoog op en de inwoners in de steden in het oosten zijn helemaal niet zo overtuigd van de zin van die oorlogen.

Terug naar boven

eXTReMe Tracker